De manier waarop de leerinhouden naar leerlingen wordt overgedragen
VOORBEELDEN IN DE KLASPRAKTIJK
De leerkracht activeertvoorkennisbij de start van de les.
De leerkracht expliciteert bij de start van de les een duidelijkdoel, zodat kinderen expliciet weten waarom je les ertoe doet
De leerkracht geeftheldere instructiesen verduidelijkt belangrijke concepten in functie van de te bereiken doelen en voorziet daarbij visuele ondersteuning.
De leerkrachttoetstregelmatig af of alle leerlingen de inhoud begrijpen (gerichte vraagstelling)
De leerkracht past de instructie aan, aan hetbeelddat hij heeft van de klas en de kinderen endifferentieertvan hieruit in zijn instructie en handelen op vlak van inhouden, doelen, ondersteunings-, organisatie- en begeleidingsvormen (differentiatie naar interesse (waarom), leerstatus (wat) en leerprofiel (hoe)).
De leerkracht past de instructie en bijhorende ondersteuning aan aan demoeilijkheidsgraadvan de opdracht.
De leerkracht maakt gebruik van verschillende manieren en tools om leerlingeninhoudelijk actiefte betrekken.
De leerkracht maakt gebruik vanflexibele leermethodenen-materialen(eventueel mettechnologische/digitale ondersteuning)om tijdens de instructie tegemoet te komen aan de leernoden van alle leerlingen in de klas.
De leerkrachtpresenteert en demonstreertde leerinhouden op verschillende manieren (visueel-verbaal-concreet-abstract).
De leerkracht biedt de leerlingen de leerstofstapsgewijsaan met ruimte voor oefenen na elke stap.
De leerkrachtvoorziet ruimte en tijdvoor elke leerling om (mentaal) actief te oefenen.
De leerkracht steltactiverende en open vragenaan elke leerling
De leerkracht biedtkeuzemogelijkhedenin leertaken aan rekening houdend met de vooropgestelde doelen en het kind- en klasbeeld.
De leerkracht stuurt in zijn instructies dezelfsturingvan de kinderen (met oog voor executieve functies bij de kinderen).