bol 2

De manier waarop de fysieke ruimte in het lokaal zo wordt georganiseerd dat ze toegankelijk is voor alle leerlingen.

Dit in combinatie met een sterk klasmanagement voor een vlot organisatorisch verloop van de les 

VOORBEELDEN IN DE KLASPRAKTIJK


  • De leerkracht hanteert een duidelijke lesroutine (duidelijke opstart van de dag, lesovergangen…)
  • De leerkracht zorgt ervoor dat de kinderen zicht hebben op de planning van de dag en week.
  • De leerkracht voorziet meerdere kortere oefensessies in plaats van 1 lange oefensessie: deelt inhouden op in betekenisvolle gehelen die gespreid in de tijd frequent aangeboden worden (‘spacing’).
  • De leerkracht zorgt ervoor dat de kinderen zicht hebben op de tijd en eigen keuzes kunnen maken tijdens de les.
  • De leerkracht loopt rond in de klas zodat hij/zij zichtbaar en nabij is en ook zelf een duidelijk overzicht heeft van de klas.
  • De leerkracht communiceert welk gedrag hij/zij verwacht
  • De leerkracht stelt vanuit een duidelijk klasbeeld op een doelgerichte manier groepjes samen (op een manier die peer learning bevordert).
  • De leerkracht zorgt voor een klas die toegankelijk is voor alle leerlingen met het oog op leren én verbinding: door bv. aanpassingen in de klasomgeving, klasindeling, klasopstelling, soorten opdrachten, materialen,…
  • De leerkracht zorgt voor gepaste organisatorische en inhoudelijke visualiseringen in de klas (wandplaten, posters,…).
  • De leerkracht moedigt kinderen aan om stappenplannen te gebruiken als ze het nodig hebben 
  • De leerkracht leert leerlingen strategieën aan om de leerstof beter te leren begrijpen. 
  • De leerkracht leert leerlingen hoe ze best een transfer maken tussen geziene leerstof en andere leerstofonderdelen. 
  • De leerkracht voorziet visuele, auditieve en digitale mogelijkheden binnen de activiteiten
  • De leerkracht leert leerlingen hoe ze moeten plannen en organiseren


Share by: