bol 3

De manier waarop ernaar gestreefd wordt om tegemoet te komen aan de sociale, emotionele en gedragsmatige behoeften van alle leerlingen en zo een positief klasklimaat wordt gestimuleerd.

VOORBEELDEN IN DE KLASPRAKTIJK


  • De leerkracht heeft expliciet oog voor het welbevinden van de klas en zijn kinderen.
  • De leerkracht zorgt dat leerlingen gemotiveerd blijven
  • De leerkracht ziet diversiteit als een meerwaarde en niet als een belemmering van het klasgebeuren.
  • De leerkracht toont zich alert voor vormen van ex- en inclusie.
  • De leerkracht kaart problemen zoals pesten en uitsluiting aan
  • De leerkracht heeft aandacht voor positief gedrag en moedigt dit aan via expliciete positieve bekrachtiging.
  • De leerkracht kan door impliciete positieve bekrachtiging (gerichte non-verbale interventies) inzetten op een positief klasklimaat.
  • De leerkracht is zich bewust van zichzelf als voorbeeldfunctie op vlak van het omgaan met ex- en inclusie.
  • De leerkracht zet in op positieve klasinterventies
  • De leerkracht zet bewust in op interventies die uitgaan van een growth mindset.
  • De leerkracht stimuleert open communicatie met en tussen de leerlingen.
  • De leerkracht zet in op verbondenheid in de klas.
Share by: